Home

Dit (kinder)verhaal schreef ik in het kader van de verhalenwedstrijd ‘Schrijven voor Afghanistan’ van Save the Children. Stem je ook op mij?

De kleurenkoningin

In het verre bergland was eens een kleurenkoningin. Zij had alle kleuren die je je maar voor kon stellen. Haar haren waren blauw, haar ogen van zilver en haar lippen blonken roze. Op een gouden dag kreeg de kleurenkoningin een dochter. De kleine prinses groeide op als een kind vol zonnestralen. Ze maakte iedereen aan het lachen en was al net zo kleurrijk als haar moeder. Toen gebeurde er iets verschrikkelijks. Na een rondreis door het land was de kleurenkoningin niet meer teruggekomen. Niemand wist waar zij was. De prinses was ontroostbaar. Zelfs haar vader kon niets doen om haar op te vrolijken. Vanaf dat moment verdween langzaamaan alle kleur uit haar haren, haar ogen, haar nagels en haar huid. Mensen begonnen haar de witte prinses te noemen.
Nu stond de witte prinses elke ochtend vroeg op om het rood van de zonsopgang op te vangen. Ze bewaarde het in een glazen pot met een gouden deksel. Ze verzamelde ook het blauw uit het frisse water van de vijver waar ze ’s zomers altijd verkoeling vond als het zo heet werd. Het geel vond ze in het geluk van de vogels die door de lucht zweefden en af en toe landden op haar vensterbank. Groen ving ze toen er pasgeboren veulens in de stallen werden geboren.
‘Nu heb ik ze allemaal,’ riep ze, ‘en dan..’ ‘Nee hoor,’ zei de stalknecht, ‘je mist nog een kleur.’
‘Zwart.’

De witte prinses dacht na. Waar kon ze zwart vinden? Het was niet in haar vaders lach, het stond niet in haar boeken en verscheen ook niet in de wolken boven het paleis.

Ze vroeg de stalknecht: ‘Waar kan ik zwart vinden?’ Hij antwoordde dat ze dat nooit zou vinden, omdat het zich buiten de paleismuren bevond. Hij boog en liep weg.

De witte prinses keek de stalknecht na. Misschien had hij wel gelijk. Maar ze moest toch alle kleuren vinden! De witte prinses rende naar haar kamer in één van de toren. Snel pakte ze haar rode reiskoffer en stopte daar een handdoek in, wat munten en al haar potjes met kleuren en één lege voor de kleur zwart. Met de rode koffer aan haar arm, sloop de prinses naar beneden en kroop via een geheime uitgang naar buiten.

Voor de witte prinses ook maar een stap had gezet, rook ze een zware, rokerige geur. In de verte was een huis ingestort en de balken brandden. De muur was zwartgeblakerd door de vlammen. De prinses rende ernaartoe met haar koffer, deed die open en pakte de glazen pot eruit. Ze draaide zich om naar het huis en.. het was verdwenen! Daarvoor in de plaats stond een wit huis met een groene tuin. De prinses begreep er niks van. Verdrietig stopte ze de pot terug, sloot haar rode koffer en liep door.

Ze moest het zwart vinden, want alleen als ze alle kleuren had, zou ze weer zichzelf worden en misschien…ze durfde het bijna niet te hopen, misschien zou haar moeder dan weer terug komen. Wie kon er nou kleurenkoningin zijn met een witte prinses als dochter!

Ze liep een straat uit en daar lag een vrouw. De witte prinses bekeek haar nieuwsgierig. De vrouw kermde zachtjes. Uit haar ogen stroomden zwarte tranen. Even twijfelde de prinses. Moest ze de vrouw eerst helpen? Toen opende ze haar koffer, haalde het laatste glazen potje eruit en.. de vrouw stond ineens rechtop. Ze lachte stralend. ‘Het kan nog steeds!’ riep ze, ‘het kan nog steeds!’ En ze rende weg.

De prinses legde haar glazen pot met een zucht terug en sloot de koffer. Hoe kon dat nou? Ze keek om zich heen. Waar was eigenlijk iedereen gebleven? De witte prinses stond op en liep de stad verder in. Overal zag ze sporen van vernieling en branden. Een dieprode geur kwam haar tegemoet. Ze zag mensen op de grond liggen. Er stond een man bij die met zijn voet tegen het gezicht van iemand duwde. De witte prinses schrok. Waarom deed hij dat? Toen zag ze het geweer van de man. Haar ogen werden groot. Zoiets had ze nog nooit gezien. Toen voelde ze het. Die man, hij had het zwart dat ze zocht. Dit was haar laatste kans! Bliksemsnel opende ze haar koffer, pakte in één beweging de pot en draaide de deksel eraf. Ze rende op de man toe, die zich net naar haar omdraaide. Zijn ogen vernauwden zich. Zijn vinger spande zich en hij schoot. Ta-ta-ta-ta. De tijd leek stil te staan. De witte prinses stopte van schrik. Achter haar versplinterde het glas van al haar glazen poten en de rode koffer werd in flarden uiteen geschoten. De kleuren die ze zo ijverig had gezocht, ontsnapten één voor één. De witte prinses keek omhoog en zag hoe de kleuren in de lucht om elkaar heen cirkelden en toen op de gebroken stad neerdaalden. Overal waar de kleuren neerdwarrelden, veranderde de grijze as in nieuwe muren. De tuinen schoten overal van dor naar groen en de man met zijn geweer veranderde voor haar ogen in een rode klaproos. Uit alle hoeken en gaten van de nieuwe stad kropen verbaasde mensen. Ze omhelsden elkaar lachend, kusten elkaar op de wangen en begonnen te zingen:

Dit land is het kleurenland, het is de trots van iedere kleurling
Het land van vrede, het land van de kleuren, in ieder kind schuilt een held
Dit is het land van alle kleurlingen
Dit land zal voor altijd stralen als de zon aan de hemel
Dit land is het kleurenland, het is de trots van iedere kleurling

En de witte prinses? Langzaam kreeg haar huid weer zijn gouden kleur, haar haren werden paars en haar ogen.. haar ogen die het kwaad hadden gezien, werden zwart. De mensen hadden weer een kleurenkoningin.

Art Print Lindi Melse bij De Kleurenkoningin

Art Print van Lindi Melse – Linspiration

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s