Home

20140601_140746Er dreigde storm. De oude man hoorde de luiken klapperen. Met samengeknepen ogen keek hij naar de hemel. Grijze wolkenflarden raasden in rap tempo over hem heen. Moeizaam kwam hij overeind en slofte naar de deur. Hoewel hij nauwelijks had geduwd, waaide de deur met een klap tegen de houten buitenmuur. De oude man stapte over de drempel en voelde onmiddellijk hoe het zeezand langs zijn enkels schuurde. Met zijn hand steun zoekend aan de planken bewoog hij zich langzaam naar de rand van zijn huis. Eerst het ene groene luik, dan het andere. Metaal ervoor. Lange in het gat. Langzaam liep hij naar de volgende zijmuur en maakte ook daar het raam stormklaar. Met zijn hand boven zijn ogen tuurde hij naar de pier met de rood-witte vuurtoren in de verte. Hoe zou Piet het maken?

Voetje voor voetje liep de oude man in de richting van de pier. De stok die hij had gevonden duwde hij steeds diep in het zand en een eindje voor hem uit. Op dezelfde manier als vroeger, maar toen liep hij drie keer zo snel langs de vloedlijn en kon hij zonder puffen bukken om de schatten van de zee te bekijken. Ach het had geen nut om daarom te malen. Dat was vroeger. Niet meer aan denken. Hij was bij steviger zand aangekomen en kon nu bijna het zout van de zee ruiken. Zou hij even? Nee, dat zou te gek zijn. Iets sneller stapte hij door. Een meeuw landde brutaal voor zijn voet en pikte naar zijn slof. Verhip. Hij was vergeten zijn schoenen aan te trekken. De oude man keek om naar zijn huis. Zijn voordeur stond wijd open als een mond die gretig de lucht naar binnen zuigt. Mieke zou gelachen hebben om zijn blunder. De oude man schudde zijn hoofd en richtte zijn blik weer op de vuurtoren. Het zou nu snel echt gaan stormen. Het water schuimde al tegen de stenen van de pier, kon hij zien.

Na een paar stappen bleef de oude man ineens staan. Er had wat geglinsterd in het zand. Hijgend zakte hij door zijn knieën en bracht zijn gezicht dicht bij de grond. Met een vinger van zijn vrije hand porde hij tegen een stukje metaal. Het leek wel een ring. Of nee, een gouden tand. De oude man duwde zichzelf op één zij. Nu benen eronderdoor. Voeten naar voren. Billen naar links. En draaien. Hij zat. Met twee handen begon de oude man het donkere zand om zijn schat heen opzij te scheppen. Steeds meer tanden kwamen vrij. Nog een gouden tand en één die was afgebroken. Even later had de man het hele kunstgebit in zijn handen. De wind werd luider en joeg een sliert van zijn witte haar voor zijn ogen.

Het begon te regenen. Hij huilde. Dikke druppels vielen met honderden tegelijk in het zand. De oude man proefde zijn eigen zoute tranen. De zee bulderde. In zijn handen had hij het kunstgebit van zijn vader. Hoe vaak had hij niet gekeken naar die glinsterende tanden? Elke keer als zijn vader hem verhalen had verteld. Met elke aanrollende golf spoelde er nieuwe herinneringen over de man heen. Een huiskamer. Een handdruk. Een ziekenhuisbed. Zijn hartslag die steeds zwakker werd. De man beroerde de rij tanden. Een paar waren verdwenen in het zand, maar hij herinnerde zich hun vorm, hun stand. En hij herinnerde zich die ene dag.

Zij waren met z’n tweeën geweest die dag. Moeder voelde zich niet goed en had zich teruggetrokken. Zijn zussen hadden geen tijd gehad en daarom was hij alleen met zijn vader weggegaan voor een tocht langs de zee. Ze hadden gepraat over vrouwen, die ene keer, en wat het betekende om een leven lang bij iemand te blijven. En toen had zijn vader voorgesteld om te gaan zwemmen, terwijl het nog maar april was! Zijn vader wachtte niet op instemming, maar trok zijn kleren uit en rende de zee in. Zijn zoon was hem bibberend gevolgd.De zee was koud, heel koud, en al snel hadden ze allebei blauwe lippen. Zijn vader begon te klappertanden en toen gebeurde het. Met een zachte plons verdween zijn kunstgebit onder water. Zijn vader graaide nog wild met zijn armen, nam een duik, woelde om zich heen, maar kon de tanden niet meer vinden. Toen riep hij naar zijn zoon dat hij precies in één rechte lijn van hem vandaan naar het strand moest lopen en daar een stok neer moest zetten. Zijn zoon deed wat hem werd gezegd. Hij was benieuwd wat zijn vader van plan was. Nu kom ik straks terug als het eb is, had zijn vader gezegd, en dan vind ik het terug! Maar die avond was het gaan stormen en moeder had hen gesmeekt niet meer naar buiten te gaan. De volgende dag was de stok weg. Samen hadden ze het strand afgezocht, maar niets gevonden. Vader zwoer dat hij zou blijven zoeken. Morgen bij eb ga ik weer terug! riep hij steeds. Ik ga mee! had zijn zoon geroepen. Dat hadden ze gedaan en ook die dag erna waren ze naar het strand gegaan om te zoeken. En ook de dag daarna. Steeds kwamen ze thuis zonder kunstgebit, maar met vervormd hout, flessen, een enkele keer munten of iets anders waardevols. Zo was hun traditie ontstaan.

De oude man schaterlachte om de herinnering en draaide het gebit om en om in zijn handen. De wind joeg zand tegen zijn rug en een vergeten frisbee stuiterde over het strand. De zee kolkte nu en de branding likte aan zijn sloffen. Het hinderde niet.. hij had toch geen sokken aan.

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s