Home

Ik had het verwacht, misschien had ik het zelfs veroorzaakt. Ik wist dat hij niet kon liefhebben. Hij had alles wat nodig was, zei hij. Spieren en hormonen. Maar geen hart. ‘Ik heb geen hart,’ zei hij vaak. Ik lachte daar om. ‘Je hart is ook een spier.’ ‘Nee, ik ben van steen,’ zei hij. Hij knikte dan. Ik geloofde hem niet. Iets in hem brandde, spuugde vuur. Misschien had ik beter moeten weten, maar ik wilde het zien. ‘Vuurstenen geven ook warmte.’ ‘Ja,’ fluisterde hij, ‘je hebt gelijk.’ Hij had gelijk.

De eerste keer dat ik hem hoorde praten, dwaalden mijn gedachten af naar de tuin van mijn oma. Als het zomer was en de hele tuin in bloei stond.. Ik met een zomerhoed. Mijn vader met een boek. De grond vers, de bloemen zoet. Ongecompliceerd. Met een klap zette ik mijn glas terug op tafel. Ik keek opzij. Hij was weg.

Een week later was ik er weer. ‘Hallo.’ Ik draaide mijn hoofd. Donkere ogen keken dwars door mij heen. ‘Hai,’ antwoordde ik.

We wandelden in het park. Ik vroeg naar zijn toekomstplannen. ‘Ach,’ zei hij, ‘ik heb vroeger nooit veel uitgevoerd.’ Ik dacht aan mijn studie en wist niet of ik hem erover moest vertellen. ‘De meeste vakken haalde ik met mijn figuurlijke hakken over de figuurlijke sloot.’ Ik lachte en wees op een stroompje regenwater dat door het gras kronkelde. ‘Spring dan!’ Hij zette zijn borst op, nam een aanloop en sprong.

Een man is een jager. Hij wacht op het moment om zijn kracht te laten zien. Hij voelt het aan. Nee, hij wéét wanneer zijn prooi zwak is. Ik zag dat in. Hoe brozer de vrouw, des te groter de kracht die een man moet tonen. Ik zou mijn trots moeten laten varen. Dat was de enige manier. Ik besloot me te laten redden.

Hij wist niets van mijn strijd. Hij kende alleen de wetten van de liefde en niet het verbond. ‘Pas op,’ zei hij vaak tegen zijn neefje, ‘de zwakte van een vrouw is genoeg om een man van zijn paard te stoten. Eén traan is genoeg om een man zijn wapens uit handen te laten kletteren.’

Een keer dronken we thee. Het kan zijn dat ik iets vroeg, maar misschien ook niet. Plotseling veranderde er iets in zijn gezicht. In één seconde was hij weg, kilometers van me verwijderd. Hij staarde. Zijn lippen bewogen zachtjes. Ik boog mij naar voren. ‘Waar denk je aan?’ Zo snel hij was verdwenen, zo snel was hij terug. Hij glimlachte breed. ‘We moesten maar eens gaan, habiba.’

De dag dat hij me alleen liet, was het herfst. Hoewel het februari was, joeg de ijskoude wind bladeren door de straat. Ik dook diep weg in mijn jas. Mijn hart was leeg. De kranten stonden vol.

“Tientallen jihadstrijders van Nederland naar Syrië.”

One thought on “Overgave

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s