Home

Zonlicht schijnt net over de vensterbank heen. Een streepje licht kruipt tussen de fauteuils door naar het midden van de kamer tot aan het puntje van zijn schoen. Het lijkt daardoor net of hij geen bruine  maar oranje schoenen draagt. Een tochtje wind strijkt langs mijn wang. Ik sta op om het raam te sluiten.

Even blijf ik staan. Oog in oog met de zon. Van ver weg, uit één of ander duister gat schijnt dat sterrenlichaam mijn huiskamer binnen. Vier uur, het is vier uur. Normaal loop ik een ommetje buiten rond deze tijd. Rond deze tijd hoor ik niet binnen te zijn. Rond deze tijd komt Willem thuis van zijn werk. Maar er is iets dat niet klopt, vandaag. De zon blijft veel langer dan normaal bij mij naar binnen kijken. En Willem, waar is Willem? Ik ga op mijn tenen staan en gluur naar beneden, ver beneden, naar de ingang. Daar is Renate, de onderbuurvrouw. Ze praat met de portier. Dan kijken ze allebei ineens omhoog. Ik schrik. Dat doen ze nooit! Ik wankel achteruit en val bijna over Willems schoenen. Willem! Waarom ligt hij op de grond? Hij slaapt nooit in de huiskamer. Ik hurk bij hem neer. Willem? fluister ik. Waar was je al die tijd? Ik had je juist nodig, er was.. Iemand heeft daarstraks.. Ben je ziek? Ik voel zijn pols, en ik voel heel zachtjes zijn hart kloppen. Naast zijn hoofd ligt een kapotte vaas. Mijn mooie, gele vaas!

Snel loop ik naar de keuken om blik en veger. In de gang hangt een jas. Een bruine jas met ribbels, zo een die oude mannen dragen. Aan de onderkant rafelt hij al een beetje en één knoop hangt scheef. Van wie is die jas? Ik kijk om het hoekje van de kamer. Er ligt een man op de grond. Op zijn rug. Hij heeft een net pak aan en bijpassende schoenen. Hij ziet eruit alsof hij net van iets belangrijks komt. Hij kreunt! Wat moet ik doen? Ik grijp naar een wandelstok, maar ik doe het te snel. De bak valt om. De man hoort het en staat op. Ik sta verstijfd. Wat gaat hij doen? Hij komt hierheen. Hij komt hierheen! Ik verstop me in de slaapkamer, maar hij roept me. Marie! Marie, ben je daar? Hoe weet hij mijn naam? Zijn voetstappen stoppen bij de slaapkamerdeur. Langzaam gaat de deur open, ik hef mijn stok heel hoog op.

Het wordt donker in mijn slaapkamer. Ik zit op de rand van het bed en kijk naar buiten. De zon is eindelijk ondergegaan.

P1010873

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s